De brugklassen (ruim 200 leerlingen) begonnen het schooljaar met de introductieweek.
Er werden allerlei activiteiten voor hen georganiseerd, binnen en buiten school;
Proefjes
Proef 1: Is een stof zuur?
Inleiding:
Bedenk drie zure stoffen. De stoffen die je bedacht hebt, zijn waarschijnlijk zuur van smaak (bijvoorbeeld citroensap of azijn). In de scheikunde bepalen we niet of iets zuur is door het te proeven. Je kunt je wel voorstellen waarom. Het is niet verstandig om zoutzuur te drinken want dat tast je slokdarm aan.
Er zijn andere methoden om te bepalen of iets zuur is of niet. We gebruiken rode koolsap als “verklikker”. Rode koolsap kan laten zien of een schoonmaakmiddel bijv. zuur, basisch of neutraal is (een base is het tegenovergestelde van een zuur, zeepachtig) doordat het van kleur verandert. In dit proefje ga je zelf op een veilige manier voor een aantal stoffen uitzoeken of ze zuur zijn.
Benodigde spullen en uitvoering:
Je kunt de verschillende stoffen in het zelfde glas testen. Als er in eerste instantie niets gebeurt, voeg dan nog wat druppels toe.
Uitleg:
In de rode kool zitten paars/blauwe kleurstoffen. Deze kleurstoffen kun je oplossen in water. Deze kleurstoffen veranderen van kleur als de zuurgraad van de oplossing verandert. Als je een neutrale stof toevoegt zal de oplossing niet van kleur veranderen. Als je een zure stof toevoegt wordt de oplossing rood (omdat de kleurstof dan rood wordt). Als je een basische stof toevoegt wordt de oplossing groen.
Nu kun je op een veilige manier uitzoeken of een stof zuur is of niet!
Proef 2: Een chemische Reactie
Inleiding:
Er zijn basische en zure schoonmaakmiddelen. Deze mag je nooit met elkaar mengen omdat er dan chemische reacties kunnen optreden. Als je bijv. Glorix mengt met wc-eend dan ontstaat er het giftige gas chloor. Dat kunnen we jou dus niet laten doen J. We kunnen wel een andere reactie laten zien. In deze proef gaan jullie kijken wat er gebeurt wanneer we azijn mengen met Soda.
Benodigde spullen en uitvoering:
Materialen Stoffen
* glas * Azijn
* maatcilinder * Soda
* Lucifers * waxine-lichtje
- Steek het waxinelichtje aan en laat het voorzichtig in het bekerglas met Soda vallen.
- Meet in de maatcilinder 10 ml azijn af.
- Schenk de azijn voorzichtig in het bekerglas langs de binnenwand.
Let op: dat je niet de azijn over het vlammetje giet!
- Wat gebeurt er met het vlammetje?
- Probeer het waxinelichtje in het bekerglas opnieuw aan te steken. Lukt dat?
Uitleg:
Voor een verbranding zijn drie dingen nodig: een brandstof, zuurstof en de ontbrandingstemperatuur. Als het waxinelichtje brandt is het kaarsvet de brandstof en wordt de zuurstof uit de lucht gehaald. De ontbrandingstemperatuur voeg je toe wanneer je de kaars aansteekt met je lucifer.
Als je Soda en azijn mengt ontstaat het gas koolstofdioxide. Dit is “zwaarder” dan lucht en blijft dus in het bekerglas hangen. In het bekerglas wordt de lucht (en dus de zuurstof) verdreven door koolstofdioxide. Omdat er geen zuurstof meer bij het waxinelichtje kan komen, gaat het vuur uit.
|
|
|
|
Nieuws en agenda